“Hoe komt het dat wij met zijn allen verslaafd zijn aan het soja-model?”

Eerder schreef ik over de verkeerde interpretatie van een brief van Guarani-Kaiowá-indianen in Mato Grosso do Sul. Volgens de media zouden ze collectief zelfmoord gaan plegen. Dat blijkt dus genuanceerder te liggen, maar die interpretatie zorgde er wel voor dat het thema ineens weer op de kaart staat, ook in de hoofdstad Brasília.

Luc Vankrunkelsven is een Vlaamse pater en landbouwpublicist die jarenlang in Brazilië werkte en nog steeds regelmatig naar het land reist. Hij is gespecialiseerd in de enorme expansie van de agro-cultuur in Brazilië. Onlangs verscheen zijn laatste boek Legal! Optimisme-realiteit-hoop over ‘de interafhankelijkheid van Brazilië-Europa en Brazilië-China’. Ik interviewde hem per mail over de kwestie Guarani-Kaiowá (een lang stuk, maar de moeite waard!):

*** Is het opmerkelijk dat deze zaak (mbt Guarani-Kaiowá) nu zoveel aandacht krijgt?

“Al vele jaren zijn er serieuze spanningen in Mato Grosso do Sul i.v.m. (vooral) de suikermonoculturen en de Guarani. Enerzijds werden de Guarani van hun voorouderlijke gronden verdreven, anderzijds worden ze nu ‘verslaafd’ om in de suikerplantages te werken. Regelmatig sterven er kinderen van honger. Boerenleiders worden door huurmoordenaars neergelegd. Het is duidelijk dat de Guarani wanhopig zijn. Zelfdoding kan door bij horen, maar het gaat vooral om regelrechte moord. De Vlaamse journalist An Baccaert maakte er een aangrijpende documentaire over, The Dark Side of Green, die ik tijdens mijn tournees in Brazilië gebruik. Dan blijkt dat de meeste Brazilianen niets over deze realiteit horen. Ze vragen me om deze taboes te blijven doorbreken.

Afgelopen maandag, 12 november 2012 werd ik nog eens geconfronteerd met het feit dat het beleid doorgaans blind is voor deze ‘colateral damage’ van de opmars van suikerriet voor ethanol en soja voor veevoer/biodiesel. De Braziliaanse ambassadeur voor België en Luxemburg werd in de universiteit KU Leuven uitgenodigd om over biodiversiteit en duurzame ontwikkeling te spreken. Het was voorspelbaar wat hij zou brengen (‘Niets aan de hand. Brazilië is een toonbeeld van duurzame ontwikkeling’.), maar toch waren velen geshockeerd door de arrogantie van de man. Bovendien had ik de indruk dat hij daar eerder als vertegenwoordiger van UNICA (lobby van de Braziliaanse suiker/ethanolindustrie in São Paulo, Brussel, Peking, Washington DC) stond te spreken, dan wel als vertegenwoordiger van het diverse land dat Brazilië heet.

Ik stelde hem een vraag over het belang van de biodiversiteit van de Cerrado en over de vele doden bij de Guarani. Hij werd woest. Op de Cerrado-savanne ging hij niet in. Uit zijn voorgaande verhaal bleek al ten overvloede dat hij dit immense gebied als van nul en generlei waarde beschouwt. Wat de Guarani betreft, antwoordde hij denigrerend: ‘Ben je al in reservaten van de inheemsen geweest? En zag je er niet veel kinderen rondlopen?’ Hij leek te suggereren dat er kinderen genoeg zijn; dus ook om te sterven. Waar maak ik mij toch zorgen om en waar bemoei ik mij als Europeaan toch mee!? Helaas, een houding waar we veel op stoten.”

*** Hoe zit het met de bescherming van inheemse gronden door de Braziliaanse overheid?

“In theorie zijn deze gronden goed beschermd. De grondwet van 1986 besteedt ook veel aandacht aan de inheemse volkeren en staat garant voor hun rechten. Brazilië heeft heus wel goede wetten, maar het probleem is de slechte controle. In heel wat gebieden dringen bijvoorbeeld toch veel ‘fazendeiros’ (boeren) binnen met hun soja. Vele ‘ inheemse reservaten’ zijn ook omsingeld door soja, suikerriet of andere monoculturen. Door deze soja en andere woestijnen rond hun beschermde gebied, worden de rivieren besmet met een overvloed aan pesticiden. Brazilië is namelijk the Number One in het gebruik van pesticiden, die dikwijls vanuit vliegtuigen over immense gebieden gespoten worden.

Er zijn dus tal van ecologische problemen, maar ook op sociaal vlak verhinderen goede wetten niet meteen doodsbedreigingen of regelrechte moorden. De Guarani in Mato Grosso do Sul zitten in een heel benarde positie, maar het is maar één van de vele voorbeelden van conflicten tussen inheemsen en de alles vernietigende, grootschalige exportlandbouw.”

*** De Braziliaanse agricultuur-sector lijkt niet te stoppen. Brazilië zal het aankomende sojaseizoen waarschijnlijk de VS inhalen als grootste soja-producent ter wereld. Het land is al tijden de grootste suikerriet-producent. Gaat de groei van de economie nog steeds voor op bescherming van natuur en inheemse bevolking en kleine boeren?

“Het is inderdaad de ambitie van de ‘agronegócio’ en van de overheid om de eerste te zijn in kippen, varkens, soja, suikerriet, ethanol, noem maar op. Ik waardeer voormalig president Lula, maar ik ben het grondig oneens met zijn visie op landbouw en voeding. Met een breed gebaar kon hij oreren: ‘Wij hebben zoveel grond en zoveel water, dat wij de hele wereld kunnen voeden.’ Niet alleen de maag van de mensen, maar ook de maag/motor van de auto’s.

Er is een wereldwijde strijd gaande tussen twee landbouwmodellen: kleinschalige, familiale, doorgaans ecologische landbouw, versus kapitaalintensieve, grootschalige, exportlandbouw in handen van een kleine elite. In Brazilië is deze dagelijkse strijd (mét doden op het platteland – niet alleen onder de inheemsen, maar ook bij kleine boeren) het duidelijkst.

De tweespalt zit zelfs ingebakken in de regering. Er zijn namelijk twee ministers: de minister van (export)landbouw en de minister van agrarische ontwikkeling. De eerste beschikt over vijf keer meer middelen dan de tweede, terwijl de tweede staat voor 4 miljoen gezinnen van de Agricultura Familiar en nog eens evenveel landloos gemaakte boerengezinnen. De meer machtige minister van landbouw kan zijn geld uitstrooien over enkele tienduizenden grootschalige boeren. Bijvoorbeeld de vorige gouverneur van Mato Grosso, Blairo Maggi, was tot voor kort de grootste sojaboer ter wereld met meer dan 200.000 hectare monocultuur soja. De Nederlandse Rabobank meende in hem te moeten investeren voor de zogenaamd ‘groene soja’.”

*** Europa is een grote afnemer van die Braziliaanse producten. Wat zou de EU moeten doen volgens u? En is er al niet genoeg wetgeving voor duurzaamheid in productie te garanderen?

“Europa importeert inderdaad 39 miljoen ton soja, waarvan 20 miljoen ton uit Brazilië. Rotterdam was tot voor enkele jaren de grootste invoerhaven van soja ter wereld. Sinds enkele jaren steekt China Europa voorbij. De helft van alle varkens zitten nu in China, waarvoor ze momenteel 55 miljoen ton soja invoeren. Het feit dat in Azië 53 % van de wereldbevolking leeft, waarvan 20 % in China, maakt onze strijd er niet gemakkelijker om. Volkeren die het economisch beter hebben, kopiëren het westerse consumptiepatroon en beginnen meer vlees te eten. Voldoende grond en water voor het veevoer hebben ze echter niet. Daarom vind je nu de Chinezen hoe langer hoe meer in Brazilië (sinds 2010 de grootste investeerder in Brazilië) en ontmoeten de Chinezen en de fazendeiros van Mato Grosso elkaar in Afrika. Sinds 2010 zaaien ze in meer dan 10 landen soja in voor veevoer/biodiesel en suikerriet voor biomassa/ethanol.

Wat eiwitten betreft, zou de Europese Unie zijn import van eiwitten (soja vooral) moeten verminderen en terug eiwitteelten in het eigen teeltplan integreren: gras-klaver, lupinen, hennep, soja, koolzaad… Daar zou ons ecosysteem behoorlijk beter van worden, de boer zou onafhankelijker worden van de toeleveringssector en overzee zou een andere ontwikkeling mogelijk worden.

Natuurlijk voeren we niet alleen soja in. Sinds de 19e eeuw koffie (maar dat is toch wel minder problematisch), sinds kort ethanol uit suikerriet en houtpulp van eucalyptus voor onze papierindustrie. Er zijn natuurlijk nog andere teelten, zoals sinaasappelconcentraat, cacao, hardhout, … Het gaat telkens om andere sociale en ecologische problemen. Ik focus me sinds 22 jaar vooral op het perverse, internationale model van soja/maïs. In mijn voorlaatste boek ‘Brazilië-Europa in fragmenten?‘ probeer ik in het laatste hoofdstuk de geschiedenis te schetsen van het veevoer sinds de 19e eeuw: ‘Hoe komt het dat wij met zijn allen afhankelijk zijn van, en verslaafd aan, het smalle soja/maïs-model, terwijl er heel wat alternatieven mogelijk zijn?’”

*** Wat is het belangrijkste punt dat u wilt maken met uw laatste boek ‘Legal’?

“Het is het vierde boek over de ‘interdependência’ Brazilië-Europa. Ik probeer moeilijke thema’s zoals de effecten van de Wereldhandelsorganisatie WTO, soja overzee en ons Europese landbouwmodel in korte begrijpelijke ervaringsverhalen te brengen. ‘Crónicas’ in het Portugees. De Brazilianen houden er van. De boeken worden dan ook in vormingsprocessen gebruikt van boerenvakbonden, vrouwengroepen, jongeren. Via reisverslagen breng ik de interafhankelijkheid Brazilië-Europa, Brazilië-China, in beeld.

Omdat de Cerrado, een savannegebied van 2 miljoen vierkante kilometer met een uitzonderlijke biodiversiteit, ontzettend bedreigd is, besteed ik in ‘Legal! Optimisme – realiteit- hoop’ aan deze schatkamer van leven nogal veel aandacht. De Cerrado wordt twee keer vlugger ontbost dan het Amazonegebied. Het gebied wordt nu razendsnel volgezet met soja, suikerriet en eucalyptus. Als er niet snel wordt ingegrepen, dan schiet er binnen 20 jaar niets meer van dit gebied over. Het is nochtans het hart en de waterreservoir van Brazilië, ja zelfs van andere landen van Latijns-Amerika.

‘Legal’ betekent in het Portugees ‘leuk’, maar ook ‘wettelijk’. De fazendeiros antwoorden telkens opnieuw: ‘Al wat wij doen – ontbossen bijvoorbeeld – is legal’. Met deze dubbele betekenis van het woord speel ik in het boek. De ondertitel duidt op het verschil tussen hoop en gemakkelijk optimisme. Tussen beide staat de realiteit, die ik probeer te beschrijven. Eigenlijk kom ik elk jaar pessimistischer terug, omdat ik zie hoe immense gebieden vernietigd worden, nu niet alleen meer voor de Europese vleesproductie, maar voor de varkens van China. Het laatste hoofdstuk getuigt dan weer van de hoop. Het is de slottekst van Nyeleni Europe: 400 vertegenwoordigers uit 34 Europese landen die anno 2011 samen kwamen om hun schouders te zetten onder het nieuwe concept van ‘voedselsoevereiniteit’.”

*** Producenten en verwerkers willen niets liever dan een ‘schoon imago’. In hoeverre moeten we daar als consument echt op vertrouwen? Een voorbeeld: Alpro soja claimt op de website geen soja uit het Amazonewoud in te kopen, alleen van boeren in het zuiden van Brazilië. Terwijl daar juist ook problemen voorkomen.

“Alpro, nu onderdeel van het Amerikaanse Deanfoods, is dan nog één van de betere bedrijven. Bij mijn weten halen ze hun soja uit Frankrijk, Oostenrijk, China en Brazilië. Menselijke voeding uit soja is niet meteen het probleem. Dat behoeft niet zoveel grond en water. Nee, de schande is dat 70 % van alle soja in de wereld naar de veevoeding gaat en de olie hoe langer hoe meer bestemd is voor biodiesel. 90 % van het sojameel gaat naar veevoer, terwijl het een rijke eiwitbron is die voor menselijke consumptie kan gebruikt worden. Daarom weiger ik het ook ‘sojaschroot’ te noemen.

Er staan enorme belangen op het spel. Daarom is het ook dat multinationals als Monsanto, Unilever, veevoederbedrijven e.a. aan tafel willen met enkele NGO’s om hun GGO-soja vooral toch ‘maatschappelijk verantwoord’ en zelfs ‘duurzaam’ te verklaren. Dat verkoopt beter en geeft meer winst dan gescheiden stromen te moeten organiseren voor GGO-soja en GGO-vrije soja.”

*** We kunnen moeilijk allemaal onze eigen groenten in een moestuin verbouwen en eigen kippen en dieren houden-dan gaan we terug naar de Middeleeuwen…Oftewel: kunnen we wel zonder het gemechaniseerde en geglobaliseerde grootschalige productieproces als we iedereen in de wereld willen voorzien van voedsel?

“Daar is veel discussie over. Het is niet omdat wij opkomen voor een ‘boerenlandbouw’ dat wij tegen techniek of mechanische hulpmiddelen zouden zijn. Maar meer techniek ten dienste van grootschalige concentraties in handen van weinigen en nog meer internationale uitwisseling van landbouwartikeltjes zal het voedselprobleem niet oplossen. Zulke globalisering is in het belang van transnationals, niet in het belang van boeren en hongerende mensen.

Het VN-rapport van 400 wetenschappers ‘Landbouw op een kruispunt’ (IAASTD) stelde vier jaar geleden dat we geen industrialisering van de landbouw nodig hebben, maar dat de boerenlandbouw met agroforestry- en andere agro-ecologische systemen moet worden ondersteund en verder uitgebouwd moet worden. Een warm pleidooi voor agro-ecologische intensivering i.p.v. inputintensivering. De VN-rapporteur voor het recht op voedsel, professor Olivier de Schutter, is dezelfde mening toegedaan: “De overheden hebben een kortzichtige reflex op de voedselcrises: ze stimuleren vooral de productie. Zo wordt er geen link gelegd tussen de voedsel-, de milieu- en de armoedecrisis. Agro-ecologie is de enige uitweg.’”

Het boek Legal! van Luc Vankrunkelsven is zowel in het Nederlands als Portugees te koop bij Wervel.